
Opa en oma zien kleinkinderen niet meer na de scheiding: wat kun je doen?
Je bent opa of oma van een paar bloedjes van kleinkinderen. Maar nu gaat je kind scheiden, en de relatie met de ex-partner is niet goed. Ineens zie je je kleinkinderen nauwelijks nog, of helemaal niet meer. Dat doet pijn. Kun je daar iets aan doen?
Ja, er zijn mogelijkheden. In dit artikel lees je welke stappen je kunt zetten, wat de wet wel en niet regelt, en hoe de rechter een verzoek van grootouders beoordeelt.
Begin niet bij de rechter, maar bij het gesprek
Hoe verdrietig de situatie ook is: de weg naar de rechter is voor grootouders lang, onzeker en belastend voor iedereen, ook voor je kleinkind. Daarom loont het bijna altijd om eerst te kijken wat er in overleg mogelijk is. Soms is het contact verbroken uit boosheid die met tijd zakt. Soms helpt het als een neutrale derde meepraat.
Mediation kan daarbij uitkomst bieden. Een mediator helpt om het gesprek weer op gang te brengen zonder dat het meteen een juridische strijd wordt. Wil je eerst weten wat er in jullie situatie mogelijk is? We geven gratis advies, ook aan grootouders.
Staat er iets in de wet voor grootouders?
Nee. Er staat geen omgangsrecht voor grootouders in de Nederlandse wet. Daar is wel jarenlang aan gewerkt: na een verworpen voorstel in 2015 kwam er in 2023 een nieuw wetsvoorstel, de Wet drempelverlaging omgang grootouders. Dat voorstel zou het voor opa en oma makkelijker maken om een omgangsverzoek in te dienen, omdat de nauwe band met het kleinkind voortaan als vanzelfsprekend zou gelden. De Tweede Kamer nam het voorstel in 2024 aan, maar in mei 2026 is het alsnog ingetrokken.
De versoepeling komt er dus niet. Voor grootouders blijven de bestaande regels gelden, en die leggen de lat hoog.
Een verzoek indienen bij de rechtbank
Wat kan er dan wel? Je kunt als grootouder op grond van artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek de rechter vragen om een omgangsregeling met je kleinkind vast te stellen. Daarvoor is de bloedband alleen niet genoeg. Je moet aantonen dat er een nauwe persoonlijke betrekking bestaat tussen jou en je kleinkind.
Wat is een nauwe persoonlijke betrekking?
De rechter toetst of jullie band de normale relatie tussen grootouders en kleinkinderen overstijgt. Dat kun je bijvoorbeeld aantonen als je:
- je kleinkind intensief of langdurig hebt verzorgd of mee hebt opgevoed;
- langere tijd met je kleinkind hebt samengewoond;
- een vaste, structurele rol had, zoals wekelijks oppassen of logeren;
- een band hebt waardoor je kleinkind zelf behoefte heeft aan het contact;
- op een andere manier een bijzondere band hebt die zich onderscheidt van de gewone opa-en-oma-relatie.
Hoe beoordeelt de rechter je verzoek?
De beoordeling gaat in drie stappen. Eerst kijkt de rechter of je verzoek ontvankelijk is: bestaat die nauwe persoonlijke betrekking? Is dat zo, dan beoordeelt de rechter inhoudelijk of omgang in het belang van je kleinkind is. Heeft het contact een positieve invloed op zijn of haar leven en ontwikkeling? Tot slot checkt de rechter of er redenen zijn om omgang juist te weigeren, bijvoorbeeld omdat het kind er ernstige bezwaren tegen heeft of omdat omgang botst met zwaarwegende belangen van het kind.
Belangrijk om te weten: de rechter kijkt uiteindelijk niet naar jouw belang als grootouder, maar naar het belang van het kind.
Voor de 'gewone' opa en oma blijft het moeilijk
We zijn er eerlijk over: voor grootouders die af en toe oppasten en een logerend kleinkind over de vloer kregen, is een omgangsregeling via de rechter lastig af te dwingen. Juist daarom is de route van gesprek en mediation zo belangrijk. Die kost minder, beschadigt de familieverhoudingen minder, en werkt in de praktijk vaak beter dan een procedure.
Schat zelf je kansen in
Wil je toch weten hoe je ervoor staat? Stel jezelf dan deze vragen. Heb ik een belangrijke, langdurige rol gehad in de verzorging of opvoeding van mijn kleinkind? Heeft mijn kleinkind (een tijd) bij mij gewoond? Ervaart mijn kleinkind het contact met mij als prettig? Hoe is mijn relatie met beide ouders? En zijn er omstandigheden waardoor omgang nu niet in het belang van mijn kleinkind zou zijn?
Hoe meer van deze vragen je overtuigend met ja kunt beantwoorden (en de laatste met nee), hoe sterker je staat. Maar ook dan blijft de uitkomst aan de rechter.
Veelgestelde vragen
Heb ik als opa of oma recht om mijn kleinkind te zien?
Er staat geen omgangsrecht voor grootouders in de wet. Je kunt wel de rechter vragen om een omgangsregeling, als je een nauwe persoonlijke betrekking met je kleinkind kunt aantonen.
Is de wet voor grootouders veranderd?
Nee. Het wetsvoorstel dat de drempel voor grootouders zou verlagen, is in mei 2026 ingetrokken. De bestaande regels blijven gelden.
Wat kan ik doen als de ouders elk contact weigeren?
Probeer eerst het gesprek, eventueel met hulp van een mediator. Lukt dat echt niet, dan kun je een verzoek indienen bij de rechtbank. Wil je weten wat in jullie situatie verstandig is? Bel ons voor gratis advies via 0900 588 88 88 of gebruik ons contactformulier.
Dit artikel is mede gebaseerd op het afstudeeronderzoek van Nathalie Chote (Hogeschool Utrecht, 2017) naar de rechtspositie van grootouders in het omgangsrecht, en aangevuld met de wetsontwikkelingen tot en met 2026.










